Eerlijk is eerlijk: dit is zelden iemands favoriete onderdeel. Veel studenten stellen het uit tot het eind, waardoor ze in de laatste week wanhopig achter komma’s, punten en hoofdletters aanrennen. Juist daarom loont het om je literatuurverwijzing meteen goed in te richten. Dan voorkom je eindstress, onnodige puntenaftrek en uren zoek-en-plakwerk aan het eind.
De meeste opleidingen gebruiken APA-stijl (momenteel versie 7), maar het gaat om meer dan alleen de literatuurlijst. APA heeft regels voor:
Zie APA als een “scriptie-taal” die je één keer goed moet leren. Als je het vanaf het begin goed toepast, hoef je het aan het eind alleen nog maar te controleren in plaats van alles te repareren.
Een in-text verwijzing is een korte verwijzing in je tekst die laat zien waar je de informatie vandaan hebt. In APA bestaat die altijd uit de achternaam van de auteur(s) en het publicatiejaar.
Zo kan de lezer jouw bronnen terugvinden in de literatuurlijst en weten ze dat je niet zomaar iets hebt verzonnen of zonder bron hebt overgenomen.
Er zijn twee manieren:
Narrative citation (je noemt de naam in de zin):
Volgens Jansen (2020) is motivatie een van de belangrijkste succesfactoren.
Parenthetical citation (je zet alles tussen haakjes):
Motivatie is een van de belangrijkste succesfactoren (Jansen, 2020).
Twee auteurs: gebruik “en” in de tekst, & tussen haakjes.
Pietersen en De Vries (2021) stellen dat… Dit wordt ook bevestigd (Pietersen & De Vries, 2021).
Drie of meer auteurs: vanaf de eerste naam verkort je naar et al.
Van Dijk et al. (2019) vonden dat…
Meerdere bronnen tegelijk: zet ze in alfabetische volgorde, gescheiden door puntkomma’s.
(Bakker, 2018; Jansen, 2020; Visser, 2019)